Ester Naomi Perquin (interview)

(1980) is de komende twee jaar Dichter des Vaderlands. De Rotterdamse volgde in januari Anne Vegter op. Naast gedichten die ze over de actualiteit zal schrijven is ze van plan zich in te zetten voor poëzie in de openbare ruimte en wil ze een brug slaan tussen poëzie voor volwassenen en die voor kinderen. Begin dit jaar verscheen ook haar nieuwe bundel ‘Meervoudig afwezig’.

Ester Naomi Perquin groeide op in Zierikzee en woont nu in Rotterdam. Ze volgde schrijfonderwijs in Amsterdam en werkte jarenlang als gevangenisbewaarder om dat te kunnen betalen. Ze debuteerde met ‘Servetten halfstok’ (2007), waarmee ze de Eline van Haarenprijs won voor de beste bundel van een dichteres tot 35 jaar. Twee jaar later verscheen ‘Namens de ander’, bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs 2010 en de J.C.Bloemprijs 2011. Ze ontving de Lucy en C.B. van der Hoogtprijs, en de Anna Blamanprijs en kreeg de VSB-poëzieprijs 2013 voor haar bundel ‘Celinspecties’ over het leven achter de tralies. In ‘Meervoudig afwezig’ (2017) wordt ze persoonlijker en scherper terwijl ze onderzoekt wat het betekent om ergens te vertrekken. Ze wordt geprezen om haar heldere taalgebruik zonder opsmuk. De benoemingscommissie van de Dichter des Vaderlands roemt haar als ‘een productief en veelzijdig dichter’, met ‘een genereuze en persoonlijke blik op de wereld en de werkelijkheid’.

Perquin schrijft naast gedichten ook essays en korte verhalen, geeft workshops en masterclasses en was jarenlang columnist voor De Groene Amsterdammer en van 2011-2013 stadsdichter van Rotterdam. Ze zit in de redactie van de Nacht van de Poëzie en is sinds maart 2015 de vrijdagnacht-presentator van het VPRO-radioprogramma ‘Nooit meer slapen’.