Doen wat de schrijver gebiedt

‘Een heel dun boek over heel nare dingen. Daar ben ik erg goed in’

Annette Timmer en Adriaan van Dis in café De Amer tijdens de persconferentie van festival Zomerzinnen 2017
foto dvhn
 
Over iets meer dan een maand vindt in Amen de elfde editie van festival Zomerzinnen plaats: meer dan twintig schrijvers en veel muziek in en rond café De Amer. De voorpret begon gisteren.

Anders dan veel festivals organiseert Zomerzinnen als onderdeel van de marketing en pr nog bijeenkomsten voor de pers. Niet zozeer om iets nieuws te vertellen, zie daarvoor internet, maar om een voorproefje te geven van wat op 17 en 18 juni in Amen te gebeuren staat: voordrachten van meer dan twintig schrijvers en veel muziekoptredens rond het thema Het hoogste woord.

Gisteren waren daartoe schrijver Adriaan van Dis en singer-songwriter Kris Vesseur naar Amen gekomen. De laatste om met een stem gemaakt van het allerfijnste schuurpapier prachtige Nederlandstalige liedjes te zingen. De eerste om een boek aan Anneke Eskens te overhandigen; boekhandel Van der Velde stelt voor alle 35 gezinnen in Amen een Van Dis beschikbaar zodat dorpelingen zich kunnen voorbereiden op een interview dat ze hem straks mogen afnemen.

Na het geijkte fotomoment en een kort interview door presentatrice Annette Timmer werd het nog interessanter. Van Dis greep de gelegenheid aan om voor te lezen uit zijn nieuwe boek, In het buitengebied , dat daags voor zijn komst naar festival Zomerzinnen moet verschijnen en afgelopen dinsdag van de drukkerij is gekomen. In de Vara Gids van deze week vertelt hij er uitvoerig over. In De Amer kreeg we delen van de inhoud mee. Een primeur, zeg maar.

,,Een heel dun boek over heel nare dingen. Daar ben ik erg goed in”, oordeelde de schrijver zelf terwijl hij een eerste exemplaar in de hand hield. ,,Het gaat over het alleen-zijn van een man die getergd wordt door een akelige binnenstem”, vervolgde hij. ,,Het gaat over groene zeep – dus het moet wel een bestseller worden. En het gaat over het samenwonen met een robot.”

Maar In het buitengebied gaat ook over het verschil tussen stad en platteland, vertelde de schrijver. ,,De stad weet en gebiedt. Het platteland leeft ermee. De stad zegt windmolens. Het platteland heeft ze. De stad zegt asielzoekers. Op het platteland is de ruimte, er is altijd wel een lege kazerne of school. Mijn hoofdpersoon is een nieuwkomer tussen de achterblijvers. Het talent dat zijn best heeft gedaan op school is weg. Zij die wat minder hun best hebben gedaan, blijven achter. Zij keren zich af van de stad, maken een kring en binnen die kring zit deze man opgesloten.”

Daarop begon Van Dis driftig in zijn nieuwe boek te bladeren, zoekend naar een geil fragment over een geit. Omdat hij het niet zo snel kon vinden, kreeg Kris Vesseur gelegenheid om nog wat te stemmen en te zingen. Toen de schrijver even later terugkeerde in het middelpunt der belangstelling zei hij iets merkwaardigs: ,,Kranten mogen pas na de 20ste over het boek schrijven. Dat van de Vara Gids heeft te maken met de komst van een televisieprogramma. Ik hoop dat u zich een beetje beheerst.”

Vanuit het idee dat er een persconferentie gaande was over een festival met als thema Het hoogste woord, een evenement met een onderdeel waarbij de journalisten Pieter Sijpersma, Bert Wagendorp en Marc Josten een gesprek zullen voeren over journalistiek, deden we alsof we Van Dis ineens niet meer konden verstaan.

Die doofheid was pas voorbij toen waarnemend burgemeester Jan Hoekema van de gemeente Aa en Hunze het woord kreeg van Zomerzinnen-voorzitter Albert Haar. Hoekema toonde zich trots op het festival ‘waar met veel plezier een subsidie beschikbaar voor is gesteld’. Verwijzend naar de subsidievoorwaarden voegde hij daar het volgende aan toe: ,,Maar we willen wel graag meer bezoekers. Als het kan.”

Even leek het alsof Adriaan van Dis op die uitspraak had zitten wachten. Hij veerde op en zei: ,,Er is een grote behoefte aan jeugd. Maar het is een hopeloze zaak. Laat die jeugd gewoon met rust. Toen ik 37 was, waren mijn lezers 50 jaar oud. Nu ik 70 ben, zijn mijn lezers 50 jaar oud. Het zijn de vaders en moeders waarvan de kinderen de deur uit zijn. Die zeggen: Nu ga ik weer lezen, nu ga ik weer naar het theater, nu ga ik weer naar concerten. 50 is het nieuwe 30, om maar eens Randstedelijke kletspraat uit te kramen.”

Hij was nog niet klaar. ,,We kunnen wel gaan rappen. We kunnen wel gaan hurken. Maar wat zegt de schrijver Bordewijk in zijn prachtige onderwijsboek Bint ? Het is de taak van de leraar dat de leerling stijgt, niet dat de leraar daalt. Wat zien we op televisie? Hurken! Dalen! Dames en heren van de pers! Verhef uw lezers!”

Voor deze ene keer dan.

www.zomerzinnen.nl

DvhN 11 mei-Joep van Ruiten

Laatst aangepast op 12 mei 2017