Anne Doornbos

(1948) is geboren in Erica en woont in Een. Hij is een van de weinige schrijvers die zowel in vrije als ook in vaste versvormen schrijft. December vorig jaar verscheen de bundel ‘In nachten dat ik naost joe lig’. Daarin laat hij meer dan in eerdere gedichten zichzelf zien.

Anne Doornbos schrijft al vanaf 1962. Gedichten en cabaretteksten, korte verhalen en toneelstukken. Hij begon in een alternatieve schoolkrant op het Christelijk Lyceum in Emmen. Schreef vervolgens voor de Heerenveense Courant en het Heerenveens Ambtenaren Cabaret. Terug in Drenthe pakte hij het schrijven in de streektaal weer op. Sinds 2007 publiceerde hij columns, liedteksten, een musical en boekjes als ‘Mag majesteit hier wel wezen’ en ‘Deurtrappen’ om het Drents te promoten. Hij geeft de streektaal graag maximale aandacht. Hij speelde een belangrijke rol in SONT (streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied) en is voorzitter van het Huus van de Taol.

Zijn nieuwste bundel was genomineerd voor de Streektaalprijs 2017. Eerder haalden ‘Een eerder land’ en ‘Dèenken an een zebra’ de shortlist van deze prijs van het Dagblad van het Noorden. ‘Het gedicht’, een variatie op het gedicht ‘De ceder’ van Han G. Hoekstra won de Ria Westerhuis Trofee van het Drèents Letterkundig Tiedschrift Roet. En het verhaal ‘Achterhoek’ kreeg de eerste prijs bij een schrijfwedstrijd van Het Drentse Boek.